Nederhof E › Trails

TRAILS

Nederhof E

Nederhof E., Bouma E.M.C., Riese H., Laceulle O.M., Ormel J., Oldehinkel A.J. (2010) Evidence for plasticity genotypes in a gene-gene-environment interaction: The TRAILS study. Genes Brain Behav, 9 (8), 968-973.

In een voorgaand paper vonden we geen bewijs voor het idee dat mensen met een bepaalde genetische variant kwetsbaarder zouden zijn voor kindertijdstress dan mensen zonder die genetische variant. We keken in dat paper naar depressieve symptomen. In dit paper hebben we gekeken naar zelfregulatie, ofwel het vermogen doelgericht je eigen gedrag te reguleren. Zelfregulatie is interessant, omdat lage zelfregulatie zowel internaliserende problemen (zoals depressieve symptomen) als externaliserende problemen (zoals agressief gedrag) voorspelt.
Van in totaal 1032 deelnemers hadden we gegevens over zelfregulatie (ingevuld door de moeder op T1), kindertijdstress (interviews met de moeder op T1 en vragenlijst ingevuld door de moeder op T2) en genetische informatie. De genetische polymorfismen (serotonine transportergen en BNDF val66met) hebben we bepaald uit bloedsamples of uit wangslijmvlies dat verzameld is op T3.
Uit de resultaten bleek dat TRAILSdeelnemers met een kort serotonine transportergen óf een BDNF met polymorfisme die stressvolle gebeurtenissen hadden meegemaakt in hun kindertijd (bijv scheiding van de ouders, een ernstige ziekte en/of overlijden binnen de directe familie) lager scoorden op zelfregulatie dan kinderen die twee lange serotonine transporter genen hadden én het BDNF val/val polymorfisme. Deze verhouding was echter omgekeerd voor kinderen die geen stressvolle gebeurtenissen hadden meegemaakt in de kindertijd.
Deze resultaten laten zien dat we niet zozeer zouden moeten spreken over kwetsbare genotypen, maar meer over gevoelige genotypen. Kinderen met een bepaald genotype doen het immers beter (hebben hogere zelfregulatie) in afwezigheid van kindertijdstress, maar minder goed (hebben lagere zelfregulatie) in aanwezigheid van kindertijdstress. Bovendien laten deze resultaten zien dat het nuttig kan zijn te kijken naar bepaalde aspecten van gedrag die voorspellend zijn voor meerdere soorten problemen in plaats van alleen naar bijvoorbeeld depressieve symptomen.

Klik hier voor het artikel via Pubmed