2013 › Trails

TRAILS

2013

Pesten en populariteit: Sijtsema JJ

Sijtsema J.J., Veenstra, R., Lindenberg, S., Van Roon, A.M., Verhulst, F.C., Ormel, J., Riese, H. Heart Rate and Antisocial Behavior: Mediation and Moderation by Affiliation Bullies. The TRAILS Study. Journal of Adolescent Health . J Adolesc Health. 2013 Jan;52(1):102-7.

Een lage hartslag in de rust hangt samen met antisociaal gedrag. Echter, dit effect van een lage hartslag zou wel eens via omgang met pesters kunnen verlopen. We verwachtten dat individuen met een lage hartslag meer omgaan met pesters en vervolgens door hen beïnvloed zouden worden. Gegevens voor deze studie komen van twee meetmomenten van de TRAILS studie (N=809; 44.0% jongens; gemiddelde leeftijd 11.0 op T1 en 13.5 op T2). Antisociaal gedrag werd op beide meetmomenten gemeten via zelfrapportages. Hartslag tijdens de rust gemeten op T1. Vriendschappen met pesters werden via peer nominaties ook op T1 gemeten. Eventuele verschillen tussen jongens en meisjes werden in acht genomen en in alle analyses werd gecontroleerd voor familie-omgeving (één-oudergezinnen en SES). Regressie analyses lieten zien dat een lagere hartslag alleen met antisociaal gedrag samenhing bij (pre)adolescenten die omgingen met pesters. Verder bleek dat het effect van een lagere hartslag op antisociaal gedrag bij jongens deels verliep via het omgaan met pesters. Onze bevindingen laten zien dat (pre)adolescenten, en met name jongens, zich in omgevingen bevinden die passen bij hun biologische aard en dat hun antisociale gedrag vervolgens ook wordt gevormd door deze omgevingen.

Klik hier voor het artikel via PsycInfo

Pesten en populariteit: Zwaan M

Zwaan, M., Dijkstra, J.K., & Veenstra, R. (2013). Status Hierarchy, Attractiveness Hierarchy, and Sex Ratio: Three Contextual Factors Explaining the Status-Aggression Link among Adolescents, International Journal of Behavioral Development. International Journal of Behavioral Development 1–11 (2013)

In dit onderzoek is gekeken in hoeverre de relatie tussen status enerzijds en fysieke en relationele agressie anderzijds wordt gemodereerd door drie condities in de klas (status hiërarchie, hiërarchie in aantrekkelijkheid, en jongens/meisjes ratio). Dit is gedaan in een sample van adolescenten met zowel jongens (N=1,665) als meisjes (N=1,637) (gemiddelde leeftijd 13.60). In lijn met de hypotheses, voortbouwende op goal-framing theorie en een evolutionair perspectief, vonden we dat voor jongens status sterker samenhangt met zowel fysieke als relationele agressie wanneer verschillen in status (status hiërarchie) en aantrekkelijkheid (hiërarchie in aantrekkelijk) in de klas kleiner zijn. We vonden ook voor jongens dat de relatie tussen status en relationele agressie sterker was naarmate er minder meisjes in de klas zaten (jongens/meisjes ratio). Voor meiden vonden we dat alleen de relatie tussen status en relationele agressie afhankelijk was van de mate van status hiërarchie en hiërarchie in aantrekkelijkheid in de klas. De resultaten suggereren dat tot op zekere hoogte competitie in de klas agressie bij hoge status jongeren vergroot. De bevindingen worden verder ingekaderd in een evolutionair perspectief, en de toegevoegde waarde van een dergelijke benadering voor het begrijpen van gedrag van adolescenten in de peer context.