2010 › Trails

TRAILS

2010

Pesten en populariteit: Veenstra R

Veenstra R., Huitsing G., Dijkstra J.K., Lindenberg S.
Friday on my mind: The relation of partying with antisocial behavior of early adolescents. Journal of Research on Adolescence. (2010), 20(2), 420-431

Doel van deze studie was om de relatie tussen uitgaan en antisociaal gedrag te bestuderen. Antisociaal gedrag werd daarbij opgesplitst in regelovertredend en agressief gedrag. De resultaten laten zien dat meisjes die uitgaan op 13-14 jarige leeftijd een groter risico lopen om meer antisociaal gedrag te gaan vertonen dan jongens. Meisjes zijn in de vroege adolescentie fysiek (en sociaal) meer volwassen dan jongens en voelen zich om die redden meer aangetrokken tot wat oudere jongens. De combinatie uitgaan en aantrekkingskracht tot oudere jongens verhoogt het risico op antisociaal gedrag voor meisjes. Een andere groep die door uitgaan een verhoogd risico op antisociaal gedrag loopt zijn impopulaire jongeren. Impopulaire jongeren hebben bij het uitgaan weinig aansluiting bij populaire jongeren. In het artikel wordt beargumenteerd dat dat leidt tot een gevoel van uitsluiting, wat zoals de resultaten laten zien de kans op antisociaal gedrag verhoogt.

Klik hier voor het artikel via PsycInfo

Pesten en populariteit: Bakker MP

Bakker M.P., Ormel J., Verhulst F.C., Oldehinkel A.J.
Peer stressors and gender differences in adolescents’ mental health. The TRAILS study. Journal of Adolescent Health 46 (2010) 444–450

De geestelijke gezondheid van adolescenten wordt waarschijnlijk aangetast wanneer zij buiten de groep vallen en worden afgewezen of wanneer ze relaties verliezen. In deze studie richten we ons daarom op twee typen stressvolle gebeurtenissen met leeftijdsgenoten, namelijk peer victimization op school (slachtoffer zijn van: pesten, roddel, geweld en seksuele intimidatie) en relatieverliezen (een goede vriend(in) kwijtraken en/of een intieme partner kwijtraken). De behoefte om ergens bij te horen wordt gezien als een universeel doel dat alle mensen nastreven. Het ‘sociale context perspectief’ veronderstelt dat jongens en meisjes deze behoefte in verschillende sociale contexten nastreven; jongens zoeken het meer in de grotere sociale groep door de competitie aan te gaan voor status, terwijl meisjes het zoeken in intimiteit en verbondenheid binnen hechte één-op-één relaties. Onderzoek heeft aangetoond dat over het algemeen meerdere leeftijdsgenoten betrokken zijn bij peer victimization op school. Daarnaast is het hoogstwaarschijnlijk dat slachtoffers van pestgedrag door leeftijdsgenoten een lage status positie hebben op school. Relatieverliezen van hechte vriendschappen en intieme relaties is kenmerkend voor stress in één-op-één relaties. Op basis van het idee dat jongens gevoeliger zijn voor gebeurtenissens in de grotere sociale groep en meisje voor gebeurtenissen in hechte relaties, is de eerste hypothese dat jongens meer internaliserende- en externaliserende problemen ervaren door peer victimization en dat meisjes meer psychopathologie ervaren door relatieverliezen. De tweede hypothese is gebaseerd op een alternatieve theorie, namelijk dat jongens en meisjes stress mogelijk op een andere manier uiten. Op basis van dit idee zouden meisjes een sterkere neiging hebben om te reageren op stress met internaliserende problemen, terwijl jongens een sterkere neiging hebben om te reageren op stress met externaliserend gedrag. De tweede hypothese is daarom dat zowel peer victimization als relatieverliezen meer internaliserende problemen tot gevolg hebben bij meisjes en externaliserende problemen bij jongens.
Relatieverliezen waren geassocieerd met zowel internaliserende problemen als externaliserende problemen bij meisjes. Jongens, daarentegen, ontwikkelden geen psychopathologie na het meemaken van relatieverliezen. Peer victimization op school leidde tot internaliserende problemen en externaliserende problemen, bij jongens zowel als bij meisjes. De resultaten suggereren dat relatieverliezen van leeftijdsgenoten mogelijk een sterker negatief effect hebben op meisjes dan jongens in de vroege adolescentie. Het effect van relatieverlies (van romantische partners) op jongens kan wellicht sterker zijn in een oudere steekproef. Het lijkt erop dat peer victimization op school een belangrijke stressor is voor zowel jongens als meisjes. Ook rapporteerden meer meisjes dan jongens slachtoffer te zijn geweest van pestgedrag door leeftijdsgenoten. Dit kan erop wijzen dat meisjes een hoger risico lopen op peer victimization tijdens de vroege adolescentie. Onze resultaten bevestigen het standpunt dat er meer aandacht moet worden besteed aan de blootstelling van meisjes aan peer victimization op school.
De resultaten ondersteunden gedeeltelijk onze eerste hypothese, terwijl de tweede hypothese in zijn geheel niet werd bevestigd. Het is niet waarschijnlijk dat stress met leeftijdsgenoten leidt tot verschillende typen psychopathologie bij jongens en meisjes. Het is waarschijnlijker dat jongens en meisjes gevoelig zijn voor verschillende typen stressvolle gebeurtenissen tijdens de vroege adolescentie.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Pesten en populariteit: Sijtsema JJ

Sijtsema, J.J., Lindenberg, S., & Veenstra, R. Do they get what they want or are they stuck with what they can get? Testing homophily against default selection for friendships of highly aggressive boys. The TRAILS study. Journal of Abnormal Child Psychology, J Abnorm Child Psychol (2010) 38:803–813.

Om te achterhalen of er verschillen zijn in vriendschappen die agressieve jongens willen en hebben, werden twee concurrerende vriendschapsselectie-hypothesen getoets, te weten selectie op basis van gelijkheid en selectie bij gebrek aan beter (default selectie). Met behulp van peer-nominaties selecteerden we extreem fysiek agressieve jongens, die nauwelijks prosocial gedrag vertoonden (n = 181). We keken vervolgens naar hun gewenste en wederkerige vriendschappen en vergeleken deze met vriendschappen van minder agressieve jongens (n = 1268) en jongens die extreem agressief gedrag combineerden met prosociaal gedrag (bi-strategisch; n = 55). De resultaten lieten zien dat minder agressieve jongens een voorkeur hadden voor vrienden die niet agressief waren, terwijl extreem agressieve en bi-strategische jongens de voorkeur gaven aan vrienden die neutraal op agressiviteit scoorden. Overeenkomstig met de default selectiehypothese konden extreem agressieve jongens alleen wederkerige vriendschappen opbouwen met agressieve klasgenoten, ook al had dit niet hun voorkeur. Over het algemeen bleek dat emotionele en praktische steun een belangrijke voorwaarde waren voor het maken van vriendschapsnominaties. Vooral extreem agressieve jongens wilden graag emotionele steun, maar zij hadden wederkerige vriendschappen met de minst prosociale klasgenoten. Samenvattend laat deze studie zien dat vriendschappen van extreem agressieve jongens vooral ontstaan door default selectie en niet zozeer door selectie op basis van gelijkheid.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Pesten en populariteit: Dijkstra JK

Dijkstra J.K., Cillessen A.H.N., Lindenberg S., Veenstra R. (2010). Basking in Reflected Glory and Its Limits: Why Adolescents Hang Out With Popular Peers. Journal of Research on Adolescence, 20, 942-958.

In deze studie is onderzocht in hoeverre populariteit en leuk gevonden worden door leeftijdsgenoten samenhangen met het hebben van verschillende typen relaties met populaire klasgenoten. Respondenten waren 3312 adolescenten (gemiddelde leeftijd 13.60) uit 172 klassen van 32 verschillende scholen. Vier typen relaties tussen jongeren en hun populaire klasgenoten werden onderscheiden; ‘beste vrienden’, ‘gerespecteerd, ‘wannabes’, en ‘geen relatie’. Resultaten laten zien dat eigen populariteit afhankelijk was van het type relatie dat jongeren hadden met populaire jongeren. Hoe hechter de relatie, hoe hoger de eigen populariteit. Leuk gevonden worden door klasgenoten was daarentegen meer gebaat bij een meer afstandelijke relatie met populaire jongeren. Kortom, resultaten van dit onderzoek laten zien dat het omgaan met populaire jongeren ten goede lijkt te komen aan de eigen populariteit, maar ten koste gaat van leuk gevonden door andere jongeren.

Klik hier voor het artikel via ISI Web of Knowledge

Pesten en populariteit: Dijkstra JK

Dijkstra J.K., Cillessen A.H.N., Lindenberg S., Veenstra R, (2010), Same-Gender and Cross-Gender Likeability: Associations with Popularity and Status Enhancement. The TRAILS Study (2010), Journal of Early Adolescence, 30(6) 773-802

In dit onderzoek is gekeken naar de relatie van populariteit, middelen gebruik, atletische vaardigheden, fysieke aantrekkelijkheid, en fysieke en relationele agressie met leuk gevonden worden door jongeren van het eigen geslacht en van het andere geslacht (N=3312, gemiddelde leeftijd 13.60, met 92.7% van de participanten in de leeftijdscategorie van 12 tot 14 jaar). De richting en de sterkte van deze relaties werden getoetst, evenals in hoeverre populariteit van invloed was op deze relaties (moderatie). Gegevens zijn afkomstig van peer nominaties in 172 klassen van 32 scholen. Vanuit een goal-framing perspectief is beargumenteerd dat voor het begrijpen van de relatie tussen populariteit en leuk gevonden worden, onderscheid moet worden gemaakt tussen kenmerken voor het verkrijgen van populariteit en kenmerken voor het behoud van populariteit. Ten eerste bleek dat populariteit vooral samenhing met leuk gevonden worden door jongeren van het andere geslacht. Ten tweede hingen kenmerken die bijdragen aan populariteit (d.w.z. middelen gebruik, atletische vaardigheden, en fysieke aantrekkelijkheid) ook positief samen met leuk gevonden worden door leeftijdsgenoten, terwijl kenmerken die nodig zijn voor het behouden van populariteit (d.w.z. fysieke en relationele agressie) negatief samenhingen met leuk gevonden worden. Verder bleek dat effecten deels afhankelijk waren van de referentie groep (d.w.z. seksegenoten of leeftijdsgenoten van het andere geslacht) en de populariteit van jongeren.

Klik hier voor het artikel via PsycINFO