2008 › Trails

TRAILS

2008

Pesten en populariteit: Herba CM

Herba, C. M., Ferdinand, R. F., Stijnen, T., Veenstra, R., Oldehinkel, A. J., Ormel, J. et al. (2008). Victimisation and suicide ideation in the TRAILS study: specific vulnerabilities of victims. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 49, 867-876.

Klik hier voor het artikel via Pubmed.

Pesten en populariteit: Dijkstra JK

Dijkstra J.K., Lindenberg S.M., Veenstra R. (2008). Beyond the Classroom Norm: The Influence of Bullying of Popular Adolescents on Peer Acceptance and Rejection. Journal of Abnormal Child Psychology, 36, 1289-1299.

Onderzoek heeft laten zien dat de mate waarin gedrag voorkomt in een klas (de zogenaamde klasnorm) van invloed is op de wijze waarop dit gedrag samenhangt met leuk gevonden (peer acceptance) en niet-leuk gevonden (peer rejection) worden door klasgenoten. In dit onderzoek hebben we gekeken in hoeverre pestgedrag van populaire jongeren in de klas (populariteitsnorm) een rol speelt in de mate waarin pesten verband houdt met geaccepteerd dan wel afgewezen worden door leeftijdsgenoten. Meer specifiek hebben we het gemiddelde pestgedrag van populaire jongeren in de klas afgezet tegen het gemiddelde pestgedrag van niet-populaire jongeren in de klas in interactie met individueel pestgedrag.

De data zijn afkomstig uit een subsample met peer nominaties van TRAILS (N=3312). Resultaten van multilevel regressie analyse laten zien dat het negatieve effect van pesten op leuk gevonden worden en het positieve effect op niet-leuk gevonden worden werden afgezwakt in klassen waarin populaire kinderen betrokken zijn bij pesten. Deze studie suggereert dat vooral de betrokkenheid van populaire jongeren bij pesten (en niet zozeer het gemiddelde pestgedrag in de klas) de negatieve effecten van pesten op leuk en niet-leuk gevonden worden door klasgenoten afzwakt.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Pesten en populariteit: Tinga F

Tinga F., Veenstra R., Lindenberg S. (2008). Spijbelen aan het einde van het basisonderwijs en het begin van het voortgezet onderwijs: De invloed van sociale bindingen en zelfcontrole. Pedagogische Studiën, 85, 59-75.

  • Doel van deze studie was om inzicht te bieden in de mate waarin spijbelen op betrekkelijk jonge leeftijd voorkomt en na te gaan in hoeverre dit risicogedrag voorspeld kan worden door sociale bindingen (Hirschi, 1969) en zelfcontrole (Gottfredson, & Hirschi, 1990).
  • Aan het einde van het basisonderwijs werd bij 13 procent van de kinderen gerapporteerd dat zij wel eens spijbelden. Twee jaar later was dit percentage opgelopen tot 19 procent. 5% van de kinderen (vaker jongens dan meisjes) spijbelt zowel op 11 als op 13.5 jarige leeftijd. Dus ver voor het einde van de leerplichtige leeftijd. Ouders maar ook leerkrachten hebben vaak geen weet van wie er spijbelt.
  • Met multinomiale logistische regressie hebben we gelijktijdig de invloed van de verschillende voorspellers onderzocht. Een belangrijke bevinding is dat zelfcontrole, wanneer het tegelijk met diverse bindingselementen in het model wordt opgenomen, geen voorspellende invloed heeft op al dan niet spijbelen.
  • De twee in het model opgenomen bindingselementen, emotionele binding (aan ouders en leerkrachten) en morele binding aan regels, hebben wel een effect op spijbelen. Kinderen uit een zwak sociaal milieu behoren ook bovengemiddeld vaak tot de groep met absenties. Vooral een goede band met ouders en leerkrachten is van belang voor het voorkomen van spijbelen.
  • Belangrijk voor preventie is dat de start van het spijbelen al valt te traceren in het basisonderwijs. Dus ver voor het einde van de leerplichtige leeftijd. Aanpakken van spijbelen is nuttig, want spijbelen vertoont grote overlap met ander probleemgedrag, waaronder heel nadrukkelijk delinquentie.

Klik hier voor het artikel via PsycINFO