2007 › Trails

TRAILS

2007

Pesten en populariteit: Dijkstra JK

Dijkstra, J. K., Lindenberg, S., & Veenstra, R. (2007). Same-gender and crossgender peer acceptance and peer rejection and their relation to bullying and helping among preadolescents: Comparing predictions from gender-homophily and goalframing approaches. Developmental Psychology, 43, 1377-1389.

  • In deze studie richten we ons op de wijze waarop pesten en hulpgedrag gerelateerd zijn aan leuk en niet-leuk worden gevonden door respectievelijk seksegenoten en jongeren van het andere geslacht. 
  • Hierbij zijn verwachtingen vanuit twee verschillende benaderingen gecontrasteerd. In de ‘gender-homophily’ benadering, wordt de keuze van wie men leuk en niet-leuk vindt voor een belangrijk deel bepaald door geslacht, dat wil zeggen jongeren van hetzelfde geslacht worden veelal leuk gevonden, terwijl jongeren van het andere geslacht sneller niet-leuk worden gevonden. Andere gedragingen en kenmerken van jongeren dragen iets bij of doen afbreuk aan deze gender effecten. Oftewel, leuk en niet-leuk worden gevonden zijn symmetrisch. 
  • Vanuit de ‘goal-framing’ benadering wordt aangenomen dat wat bijdraagt aan doelbereiking leuk wordt gevonden, terwijl hetgeen het bereiken van doelen hindert of in gevaar brengt niet-leuk wordt gevonden. Bovendien zijn doelen van invloed op hetgeen waar aandacht aan wordt besteed en wat wordt genegeerd. Vanuit dit perspectief zijn leuk en niet-leuk worden gevonden niet twee kanten van dezelfde medaille maar het resultaat van verschillende processen van doelbereiking.
  • De gegevens ondersteunen de voorspellingen vanuit de ‘goal-framing’ benadering. Leuk gevonden worden komt veel meer voor dan niet-leuk gevonden worden, terwijl de sekseverschillen voor niet-leuk gevonden worden veel zwakker zijn dan voor leuk gevonden worden. Verder komt naar voren dat hulpgedrag een sterker effect heeft op leuk gevonden worden dan pestgedrag (door de meer gevarieerde relatie tussen pesten en doelbereiking).
  • Daarnaast lijkt er sprake van het negeren van de andere sekse. Dit effect houdt in dat jongens hulpgedrag vooral zien als iets wat bij meisjes hoort in plaats van als prosociaal gedrag, terwijl meisjes pestgedrag zien als typisch iets van jongens in plaats van als antisociaal gedrag. Dit betekent dat jongens hulpvaardige meisjes niet leuker vinden dan meisjes die niet hulpvaardig zijn; en meisjes jongens die pesten niet minder leuk vinden. 
  • Een belangrijke implicatie van de gehanteerde doel benadering en deze bevindingen is dat leuk gevonden worden en niet-leuk gevonden worden niet verbonden zijn met hetzelfde onderliggende mechanisme.
     

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Pesten en populariteit: Veenstra R

Veenstra, R., Lindenberg, S., Zijlstra, B. J. H., De Winter, A. F., Verhulst, F. C., & Ormel, J. (2007). The dyadic nature of bullying and victimization: Testing a dualperspective theory. Child Development, 78, 1843-1854.

Onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen laat zien dat pestkoppen machtiger zijn dan hun slachtoffers. Pestkoppen blinken niet uit doordat ze meer geliefd zijn. Ze zijn vooral machtig doordat ze eigenschappen hebben om anderen te domineren. Onderzoekers van TRAILS (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey) onderzochten de relatie tussen pestkoppen en slachtoffers. Daartoe gebruikten ze informatie van bijna duizend elfjarigen, afkomstig van 50 basisscholen. Aan alle leerlingen werd gevraagd wie pest jij? en door wie wordt jij gepest? Ongeveer 5 procent van alle relaties in een klas zijn pestrelaties. In deze relaties overmeesteren pestkoppen hun slachtoffers door meer dominant agressief te zijn. Pestkoppen willen nadrukkelijk aanwezig zijn. Daartoe gebruiken ze alle middelen. Van anderen in de rede vallen tot fysiek geweld. Pestkoppen zien agressie als een middel om iets te bereiken en ze gebruiken die strategie vaker dan anderen omdat ze hebben gemerkt dat het werkt. Ze kiezen dan met name slachtoffers die eruit liggen in de klas, waardoor anderen het niet snel opnemen voor het slachtoffer en zich keren tegen de dader. Slachtoffers zijn vrij kwetsbaar. Ze zijn bovengemiddeld angstig, geïsoleerd en afgewezen. Pestkoppen weten precies wie de kwetsbare kinderen zijn. En dat de slachtoffers door de klas verworpen worden past bij het streven van de pestkop om geen afkeuring op te roepen. Jongens zijn vaker daders van pesten, maar zijn even vaak als meisjes slachtoffer.

Klik hier voor het artikel via Pubmed