2012 › Trails

TRAILS

2012

Overige (TRAILS en onderzoektechnieken): Ivanova K

Ivanova K., Veenstra R., Mills M. (2012). Who Dates? The Effects of Temperament, Puberty, and Parenting on Early Adolescent Experience with Dating: The TRAILS Study. Journal of Early Adolescence 2012 32(3) 340–363

Tieners die zich afgewezen voelen door hun ouders, zoeken eerder hun heil bij een vriendje of vriendinnetje. Zij beginnen op jongere leeftijd met daten dan tieners die een warme band met hun ouders hebben. Dat blijkt uit het TRAILS-onderzoek onder ruim tweeduizend tieners met een gemiddelde leeftijd van 13,5 jaar. De onderzoekers vermoeden dat tieners die op jonge leeftijd geïnteresseerd zijn in verkering compenseren voor de afwijzing die zij bij hun ouders ervaren. Het is een van de eerste grote onderzoeken naar waarom iemand op jonge leeftijd begint met daten. De jongeren die op vroege leeftijd relaties aangingen, hadden bovendien een volwassener lichaam. Ook werden de jongeren die al vroeg bezig waren met relaties door hun ouders minder snel als 'verlegen' omschreven.

Klik hier voor het artikel via PsycInfo

Overige (TRAILS en onderzoektechnieken): Nederhof E

Nederhof E., Jörg F., Raven D., Veenstra R., Verhulst F.C., Ormel J., Oldehinkel A.J. (2012). Benefits of extensive recruitment effort persist during follow-ups and are consistent across age group and survey method. The TRAILS study. BMC Med Res Methodol. 2012 Jul 2;12(1):93.

Tijdens de eerste dataverzamelingsronde (T1) heeft het TRAILS team extra veel moeite gedaan om zo veel mogelijk potentiële deelnemers over te halen. Op de korte termijn had dat gunstige effecten op de diversiteit van de deelnemers. Resultaten van TRAILS studies waren door die extra moeite beter te vertalen naar de hele bevolking. Inmiddels zijn gegevens over de vierde dataverzamelingsronde (T4) beschikbaar. Voor dit paper hebben we onderzocht in hoeverre die moeite ook op de lange termijn een gunstig effect gehad heeft op de diversiteit. Daarnaast heeft het TRAILS team ook bij de vierde dataverzamelingsronde extra veel moeite gedaan om deelnemers over te halen. We konden daardoor voor dit paper ook onderzoeken of de effecten vergelijkbaar zijn tussen verschillende leeftijden en methoden. We hebben makkelijk over te halen T4 deelnemers, moeilijk over te halen T4 deelnemers, T4 metinguitvallers en totaaluitvallers met elkaar vergeleken op gezinssamenstelling, sociaaleconomische status, intelligentie, opleidingsniveau, populariteit, middelengebruik en psychopathologie. Ten eerste vonden we dat meer dan 60% van de deelnemers die voor de eerste meting moeilijk over te halen waren om mee te doen, op T4 nog steeds meededen. De moeilijk over te halen deelnemers die afgevallen waren, verschilden niet van die 60% die op T4 nog steeds meedeed. Ten tweede vonden we dat de extra moeite die het TRAILS team op T4 gedaan heeft, een vergelijkbaar effect had als op T1. Het heeft de diversiteit van de deelnemers is op T4 vergroot.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Overige (TRAILS en onderzoektechnieken): Ormel J

Ormel J. , Oldehinkel AJ, Sijtsema J, van Oort F, Raven D, Veenstra R, Vollebergh WA, Verhulst FC. (2012). The TRacking Adolescents' Individual Lives Survey (TRAILS): Design, Current Status, and Selected Findings. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2012 Oct;51(10):1020-36

In dit artikel geven wij (1) een overzicht van de eerste 9 jaar van TRAILS, de Tracking Adolescents’ Individual Lives Survey, waaronder opzet, deelnemers, determinanten en uitkomsten, response en uitval; (2) een samenvatting van een beperkte selectie van recente reeds gepubliceerde bevindingen over continuïteit en discontinuïteit van geestelijke (on)gezondheid, en risico- en beschermende factoren; en tenslotte (3) beschrijven we in dit artikel de ontwikkeling van psychopathologie gedurende de adolescentie, met name analyseren we of een toename van probleemgedrag een algemeen verschijnsel is of geconcentreerd in kinderen met reeds relatief veel problemen bij de intrede in de adolescentie. Dit laatste zou leiden tot uiteenlopende ontwikkelingspaden. We onderzochten vier typen probleem gedrag. Twee typen, oppositioneel/regel-overtredend en depressief/teruggetrokken gedrag namen sterk toe in de adolescentie terwijl de twee andere typen, agressie en angst/depressiviteit, afnamen. Mate van toename en afname verschilden vaak tussen jongens en meisjes. Zo trad de toename in depressief gedrag vooral bij meisjes op. De belangrijkste statistische methode die we gebruikten, Linear Mixed Models, liet zien dat er alleen uiteenlopende ontwikkelingspaden optraden bij oppositioneel/regel-overtredend gedrag. Angst, depressie en agressie lieten dit niet zien. Anders gezegd, de initiële verschillen in angst, depressie en agressie tussen kinderen aan het begin van de adolescentie werden niet groter tijdens de adolescentie in tegenstelling tot oppositioneel/regel-overtredend gedrag. Het typische ontwikkelingspatroon van probleemgedrag in de adolescentie verschilt dus per type en tussen jongens en meisjes. Accumulatie van risico lijkt vooral op te treden bij oppositioneel/regelovertredend gedrag maar niet bij angst, depressie en agressie. Dit suggereert de invloed van tegenkrachten, waaronder mogelijk interventies op school, in de gezondheidszorg en maatschappelijk werk. De toename in depressief gedrag, die we vooral bij meisjes zien, is mogelijk het gevolg van een toenemende kwetsbaarheid in de adolescentie.

artikel via Pubmed

Overige (TRAILS en onderzoektechnieken): Van Deurzen PAM

Van Deurzen, P.A.M., Buitelaar, J.K., Brunnekreef, J.A., Ormel, J., Minderaa, R.B., Hartman, C.A., Huizink, A.C., Speckens, A.E.M., Oldehinkel, A.J. & Slaats-Willemse, D.I.E. Response time variability and response inhibition predict affective problems in adolescent girls, not in boys: the TRAILS study. European Child and Adolescent Psychiatry 2012 21:5, 277-287

Wat was al bekend over dit onderwerp:

  • Bij een depressie komen affectieve problemen en informatieverwerkingsproblemen vaak samen voor.
  • Volwassenen en adolescenten met een klinische depressie laten informatieverwerkingsproblemen zien in de aandacht, het executief functioneren, in het kortetermijngeheugen en het werkgeheugen, en in de psychomotorische snelheid.

Wat deze studie toevoegt:

  • Bij jonge adolescente meisjes zien we al bij lichte affectieve problemen een verslechtering in de informatieverwerking. Dit vinden we niet bij jongens.
  • Meer variatie in de responstijd en minder responsinhibitie in de vroege adolescentie zijn voorspellers van een toename van affectieve problemen later in de adolescentie. Dit is slechts het geval bij meisjes, niet bij jongens.

Link naar het artikel op Pubmed