Dietrich A › Trails

TRAILS

Dietrich A

Dietrich, A., Rosmalen, J.G.M., Althaus, M., van Roon, A.M., Mulder, L.J.M., Minderaa, R.B., Oldehinkel, A.J., Riese, H. (2010). Reproducibility of heart rate variability and baroreflex sensitivity measurements in children. Biol Psychol, 2010;85:71-78.

De hartslag frequentie (HR), hartslag variabiliteit (HRV) en baroreflexgevoeligheid (BRS) zijn belangrijke maten voor de werking van het autonome zenuwstelsel en de bloeddruk regeling. Het autonome zenuwstelsel reguleert alle onbewuste processen in het lichaam, zoals de bloedsomloop en alle orgaanfuncties. Deze autonome maten worden vaak gebruikt in stress onderzoek en zijn ook in verband gebracht met verschillende lichamelijke aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en diabetes mellitus. Een belangrijke voorwaarde voor het gebruik van deze maten in onderzoek is echter dat deze in voldoende mate reproduceerbaar zijn. Dat wil zeggen, levert een herhaalde meting ongeveer dezelfde waarde op als een voorgaande meting. Dit wordt ook wel de test-hertest betrouwbaarheid genoemd. Zover wij weten, is dit de eerste grotere en uitgebreide studie naar de test-hertest betrouwbaarheid van HR, HRV en BRS metingen in een populatie van kinderen. In totaal 57 tien- tot twaalfjarigen hebben twee keer binnen een tijdsbestek van twee weken aan deze metingen meegedaan. Onze resultaten tonen aan dat deze metingen voldoende (d.w.z. gemiddeld tot goed) betrouwbaar zijn om in onderzoek te worden toegepast. Hierbij gaat het in de regel om het vinden van verschillen tussen personen (bijvoorbeeld, ‘heeft een angstig persoon een hogere hartslag heeft dan een minder angstig persoon’). Wanneer het echter gaat om het meten van veranderingen in deze autonome maten over tijd binnen een persoon laten de huidige onderzoeksresultaten een iets ander plaatje zien (bijvoorbeeld, als het gaat om de vraag ‘of de hartslag toe- of afneemt na een behandeling’). Er kunnen namelijk redelijk grote natuurlijke schommelingen in waarden optreden tussen de eerste en de tweede meting. Daarom zijn er voor behandelstudies grotere aantallen proefpersonen nodig dan voor zogenaamd vergelijkend of ‘correlationeel’ onderzoek. De belangrijkste uitkomst van deze studie is echter dat de genoemde autonome metingen van een zodanig goede kwaliteit zijn dat ze betrouwbaar kunnen worden toegepast in vergelijkend onderzoek zoals in TRAILS.

Klik hier voor het artikel via Pubmed