2012 › Trails

TRAILS

2012

Opvoeding en familiefactoren: Darlington ASE

Darlington A.S.E., Verhulst F.C., De Winter A., Ormel J., Passchier J., Hunfeld J.A.M. (2011). The influence of maternal vulnerability and parenting stress on chronic pain in adolescents in a general population sample: the TRAILS study. Eur J Pain (2012), 16(1): 150-159

Chronische pijn (pijn die langer dan 3 maanden bestaat) komt regelmatig voor bij adolescenten; er worden prevalenties van 25% genoemd (Perquin et al., 2000; Huguet and Miro, 2008; Stanford et al., 2008). Een meerderheid van hen rapporteert pijn zonder duidelijk fysiek substraat. Voor meer inicht in de ontwikkeling en preventie van chronische pijn is bij adolescenten uit de Trails studie vervolgonderzoek gedaan naar de relatie tussen de psychische kwetsbaarheid van de moeder, in termen van angst, depressie en opvoedingsstress en gemeten toen de adolescenten tussen 10 en 12 jaar oud waren, en chronische pijn bij dezelfde adolescenten toen zij tussen 12 en 15 jaar oud waren.
Van de 2230 adolescenten rapporteerden 269 (12.9%) chronische pijn en 77% van hen noemde de pijn ernstig (> 50 mm op een Visual Analogue Scale).
Uit de logistische regressieanalyses bleek dat moeders met een hoog angstniveau significant vaker een kind hadden met chronische pijn, dan moeders met een lager angstniveau. Opvoedingsstress van de moeder bleek daarbij een mediator tussen de angst en de chronische pijn bij de adolescent.
Beperking van onze studie kan zijn dat pijn in het vervolgonderzoek anders is gemeten dan in het eerste onderzoek. Tevens kan een beperking zijn dat de rol van de vader niet is onderzocht. De kracht van het onderzoek is dat het gaat om vervolgonderzoek bij een groot aantal adolescenten. Toekomstig onderzoek is nodig om het opvoedingsgedrag van de moeder en de stress daarbij nader te onderzoeken en daarbij ook de vader te betrekken.
Voor de klinische praktijk geeft ons onderzoek aan dat interventies om angst en opvoedingsstress bij de moeder te verminderen, de chronische pijn in latere fasen van de adolesecentie en volwassenheid kan voorkomen.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Opvoeding en familiefactoren: Bakker MP

Bakker MP, Ormel J, Verhulst FC, Oldehinkel AJ. (2012). Childhood family instability and mental health problems during late adolescence: A test of two mediation models. The TRAILS study. J Clin Child Adolesc Psychol. 2012 Mar;41(2):166-76

Het is bekend dat opgroeien in een instabiele omgeving voorspellend is voor psychische problemen later in het leven, maar we weten niet goed waarom. Het is mogelijk dat deze samenhang ontstaat doordat de familiaire instabiliteit beklijft, maar het zou ook kunnen dat er al vroeg psychische problemen ontstaan en dat die standhouden door de jaren heen. In deze studie is onderzocht welk van de twee verklaringen het meest aannemelijk is. Dat bleek de laatste te zijn. Kinderen die opgroeiden in een instabiele omgeving hadden vaak al vroeg psychische problemen en dat deze vroeg ontstane problematiek vormde de link tussen de familiaire instabiliteit en latere problemen.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Opvoeding en familiefactoren: Ivanova K

Ivanova K., Veenstra R., Mills M. (2012). Who Dates? The Effects of Temperament, Puberty, and Parenting on Early Adolescent Experience with Dating: The TRAILS Study. Journal of Early Adolescence 2012 32(3) 340–363

Tieners die zich afgewezen voelen door hun ouders, zoeken eerder hun heil bij een vriendje of vriendinnetje. Zij beginnen op jongere leeftijd met daten dan tieners die een warme band met hun ouders hebben. Dat blijkt uit het TRAILS-onderzoek onder ruim tweeduizend tieners met een gemiddelde leeftijd van 13,5 jaar. De onderzoekers vermoeden dat tieners die op jonge leeftijd geïnteresseerd zijn in verkering compenseren voor de afwijzing die zij bij hun ouders ervaren. Het is een van de eerste grote onderzoeken naar waarom iemand op jonge leeftijd begint met daten. De jongeren die op vroege leeftijd relaties aangingen, hadden bovendien een volwassener lichaam. Ook werden de jongeren die al vroeg bezig waren met relaties door hun ouders minder snel als 'verlegen' omschreven.

Klik hier voor het artikel via PsycInfo

Opvoeding en familiefactoren: Van Oort FVA

Oort F.V.A. van, Ormel J., Verhulst F.C. (2012). Symptoms of anxiety in adolescents. Findings from the TRAILS-study. Tijdschrift voor psychiatrie 54(2012)5, 463-469]

Achtergrond: Het Nederlandse TRAILS- onderzoek richt zich op de ontwikkeling van de vroege adolescentie tot volwassenheid. Een belangrijk onderdeel hierbij is de ontwikkeling van angstsymptomen. Over de normatieve ontwikkeling van angstsymptomen in de adolescentie was nog weinig bekend. Doel: Beschrijven van de (1) normatieve ontwikkeling van angstsymptomen en (2) risico-indicatoren voor hoge angst bij adolescenten. Methoden: Het onderzoek is uitgevoerd binnen TRAILS, een groot cohortonderzoek waarin kinderen (10 jaar) gevolgd worden tot ze volwassen zijn.  Resultaten: De hoeveelheid angstsymptomen neemt af in de vroege adolescentie en vervolgens, afhankelijk van het type angstsymptomen, weer toe vanaf midden of late adolescentie. Op leeftijd 10-12 jaar zijn kind- , ouder- en ‘peer’-factoren gevonden die samenhangen met hogere angstscores. Sommige, zoals opvoedingsstijl, waren indicatief voor kwetsbaarheid alleen in de vroege adolescentie, terwijl andere, zoals gepest worden op leeftijd 10-12 jaar, samengingen met een blijvende kwetsbaarheid gedurende de hele adolescentie. Conclusie: Met dit onderzoek hebben we bijgedragen aan een breder begrip van ontwikkeling van angst in de algemene adolescente bevolking.

NB dit is een Nederlandse bewerking van een al eerder verschenen Engelstalig artikel

Klik hier voor het artikel via Pubmed
 

Opvoeding en familiefactoren: Marsman R

Marsman R., Nederhof E., Rosmalen J.G.M., Oldehinkel A.J., Ormel J., Buitelaar J.K. (2012). Family environment is associated with HPA-axis activity in adolescents.The TRAILS study. Biological Psychology 89 (2012) 460– 466

Het doel van deze studie was het testen van de “biological sensitivity to context” theorie door gebruik te maken van gezinsfactoren en het functioneren van de HPA-as (hypotalamus-pituitary-adrenal axis). We hebben onderzocht of de manier waarop adolescenten de opvoeding van hun ouders ervaren (mate van afwijzing en emotionele warmte) en sociaal-economische status (SES) een voorspellende waarde hebben op basale cortisol levels en de stijging van cortisol levels in het eerste half uur na het wakker worden. In een populatieonderzoek onder 1594 adolescenten (gemiddelde leeftijd = 11.08, SD = 0.54) hebben we speeksel verzameld om cortisol levels te bepalen, evenals informatie over de SES en de manier waarop adolescenten de opvoeding van hun ouders ervaren. Ervaren emotionele warmte in de opvoeding had een negatief lineair verband met basale cortisol levels. Daarnaast was er een curvilineaire relatie tussen SES en zowel basale cortisol levels en de stijging van cortisol levels in het eerste half uur na het wakker worden. Onze bevindingen met betrekking tot basal cortisol levels bevestigden onze hypothese: er is zowel lage basale HPA-as activiteit in hoge als in lage SES gezinnen, vergeleken met hoge basale HPA-as activiteit in een gezin met gemiddeld SES niveau.

artikel via Pubmed