2012 › Trails

TRAILS

2012

Internaliserende en externaliserende problemen: Bakker MP

Bakker MP, Ormel J, Verhulst FC, Oldehinkel AJ. (2012). Childhood family instability and mental health problems during late adolescence: A test of two mediation models. The TRAILS study. J Clin Child Adolesc Psychol. 2012 Mar;41(2):166-76

Het is bekend dat opgroeien in een instabiele omgeving voorspellend is voor psychische problemen later in het leven, maar we weten niet goed waarom. Het is mogelijk dat deze samenhang ontstaat doordat de familiaire instabiliteit beklijft, maar het zou ook kunnen dat er al vroeg psychische problemen ontstaan en dat die standhouden door de jaren heen. In deze studie is onderzocht welk van de twee verklaringen het meest aannemelijk is. Dat bleek de laatste te zijn. Kinderen die opgroeiden in een instabiele omgeving hadden vaak al vroeg psychische problemen en dat deze vroeg ontstane problematiek vormde de link tussen de familiaire instabiliteit en latere problemen.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Internaliserende en externaliserende problemen: Jaspers M

Jaspers, M., de Winter A.F., Huisman M., Verhulst F.C., Ormel J., Stewart R.E., Reijneveld S.A. (2012) Trajectories of psychosocial problems in adolescents predicted by findings from early well-child assessments. Journal of Adolescent Health 2012 Nov;51(5):475-83

Dit artikel beschrijft welke vroege risicofactoren, vastgesteld door JGZ-professionals, trajecten van internaliserende en externaliserende problemen bij adolescenten voorspellen. Indicatoren uit de vroege kindertijd en uitkomstmaten werden gemeten op verschillende momenten in de tijd: achtereenvolgens van zwangerschap tot vierjarige leeftijd en tussen de leeftijd van 11 en 17 jaar. Informatie over vroege indicatoren kwam uit de dossiers van de JGZ. Trajecten van internaliserende en externaliserende problemen werden gebaseerd op een combinatie van gegevens: de door ouders ingevulde CBCL vragenlijst en door adolescenten ingevulde Youth Self Report (YSR) vragenlijst. Vier typen trajecten werden geïdentificeerd, voor elk van beide geslachten en voor elk van beide typen problemen (internaliserend en externaliserend). Per trajecttype werd zowel een hoog traject van adolescenten met klinische problemen, als een middelhoog, middellaag en laag traject geïdentificeerd. Alle trajecten waren relatief stabiel over leeftijd; de continuïteit van deze problemen was erg hoog. Beperkte sets van indicatoren (uit de vroege kindertijd) van JGZ-gegevens voorspelden elk van deze trajecten. Alle sets bevatten voor beide geslachten de volgende indicatoren: lage en gemiddelde opleidingsniveaus van de ouders, gescheiden ouders, en eenoudergezinnen vanwege andere redenen. Voor trajecten van internaliserende problemen waren slaapproblemen een extra voorspeller bij jongens, bij meisjes waren dit taalproblemen. Trajecten van externaliserende problemen werden voor beide geslachten bovendien voorspeld door roken van de moeder tijdens de zwangerschap. Tevens waren voor jongens vroege gedragsproblemen en aandachtstekort / hyperactiviteit problemen voorspellend.
De conclusie is dan ook dat trajecten van internaliserende en externaliserende problemen tijdens de adolescentie opmerkelijk stabiel zijn en voorspeld kunnen worden door een beperkte set van JGZ-gegevens over de vroege ontwikkeling.

artikel via PsycInfo

Internaliserende en externaliserende problemen: Ormel J

Ormel J. , Oldehinkel AJ, Sijtsema J, van Oort F, Raven D, Veenstra R, Vollebergh WA, Verhulst FC. (2012). The TRacking Adolescents' Individual Lives Survey (TRAILS): Design, Current Status, and Selected Findings. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2012 Oct;51(10):1020-36

In dit artikel geven wij (1) een overzicht van de eerste 9 jaar van TRAILS, de Tracking Adolescents’ Individual Lives Survey, waaronder opzet, deelnemers, determinanten en uitkomsten, response en uitval; (2) een samenvatting van een beperkte selectie van recente reeds gepubliceerde bevindingen over continuïteit en discontinuïteit van geestelijke (on)gezondheid, en risico- en beschermende factoren; en tenslotte (3) beschrijven we in dit artikel de ontwikkeling van psychopathologie gedurende de adolescentie, met name analyseren we of een toename van probleemgedrag een algemeen verschijnsel is of geconcentreerd in kinderen met reeds relatief veel problemen bij de intrede in de adolescentie. Dit laatste zou leiden tot uiteenlopende ontwikkelingspaden. We onderzochten vier typen probleem gedrag. Twee typen, oppositioneel/regel-overtredend en depressief/teruggetrokken gedrag namen sterk toe in de adolescentie terwijl de twee andere typen, agressie en angst/depressiviteit, afnamen. Mate van toename en afname verschilden vaak tussen jongens en meisjes. Zo trad de toename in depressief gedrag vooral bij meisjes op. De belangrijkste statistische methode die we gebruikten, Linear Mixed Models, liet zien dat er alleen uiteenlopende ontwikkelingspaden optraden bij oppositioneel/regel-overtredend gedrag. Angst, depressie en agressie lieten dit niet zien. Anders gezegd, de initiële verschillen in angst, depressie en agressie tussen kinderen aan het begin van de adolescentie werden niet groter tijdens de adolescentie in tegenstelling tot oppositioneel/regel-overtredend gedrag. Het typische ontwikkelingspatroon van probleemgedrag in de adolescentie verschilt dus per type en tussen jongens en meisjes. Accumulatie van risico lijkt vooral op te treden bij oppositioneel/regelovertredend gedrag maar niet bij angst, depressie en agressie. Dit suggereert de invloed van tegenkrachten, waaronder mogelijk interventies op school, in de gezondheidszorg en maatschappelijk werk. De toename in depressief gedrag, die we vooral bij meisjes zien, is mogelijk het gevolg van een toenemende kwetsbaarheid in de adolescentie.

artikel via Pubmed

Internaliserende en externaliserende problemen: Verbeek T

Verbeek, T., Bockting, C.L., van Pampus, M.G., Ormel, J., Meijer, J.L., Hartman, C.A., Burger, H. Postpartum depression predicts offspring mental health problems in adolescence independently of parental lifetime psychopathology. J Affect Disord. 2012 Feb;136(3):948-54.

Wat was al bekend over dit onderwerp:

  • Postnatale depressie komt veel voor en vergroot de kans op gezondheidsproblemen bij het kind en problemen in diens psychosociale ontwikkeling.
  • Voor dit verband bestaan verschillende verklaringen, waaronder een gedeelde erfelijke kwetsbaarheid, stress tijdens en een verminderde hechting na de zwangerschap en psychische aandoeningen bij een van de ouders na de postnatale periode.
  • Het is nog onbekend welke problemen in de psychosociale ontwikkeling met name voorkomen na een postnatale depressie; gaat het om emotionele problemen of om gedragsproblemen? Ook is onbekend of deze problemen nog bestaan tijdens de puberteit.

Wat deze studie toevoegt:

  • Het verband tussen postnatale depressie en emotionele problemen bij het kind is tot in de puberteit meetbaar. Dit geldt niet voor gedragsproblematiek.
  • Psychische aandoeningen bij de ouders buiten de postnatale periode verklaren dit verband niet, wat suggereert dat dit een direct effect is van de postnatale depressie.
  • Als dit een rechtstreeks effect blijkt te zijn, zou de behandeling van postnatale depressie emotionele problemen bij kinderen tot in de puberteit kunnen voorkomen.

Link naar het artikel op Pubmed