2011 › Trails

TRAILS

2011

Internaliserende en externaliserende problemen: Dietrich A

Dietrich, A., Greaves-Lord, K., Bosch, N.M., Oldehinkel, A.J., Minderaa, R.B., Hoekstra, P.J., Althaus, M. (2010). Reduced cardiac autonomic flexibility associated with medically unexplained somatic complaints in the context of internalizing symptoms in a preadolescent population sample. The TRAILS Study. Psychother Psychosom 2011;80:62–64

Lichamelijke klachten zoals hoofdpijn en buikpijn die geen duidelijke medische oorzaak hebben komen vaak voor bij kinderen en jongeren. Deze kunnen leiden tot verhoogde medische consumptie, slechtere schoolprestaties en ongezondheid op latere leeftijd. Medisch onverklaarde lichamelijke klachten worden vaak in verband gebracht met het ervaren van stress. Aangenomen wordt dat het functioneren van het autonome zenuwstelsel, het lichaamssysteem dat alle orgaanfuncties, het hart en de bloedsomloop controleert, ontregeld is. Zo zijn er enkele maten van dit systeem die duiden op een verhoogde mate van stress, namelijk een hogere hartslag, lagere hartslagvariabiliteit en lagere baroreflex gevoeligheid (een maat voor hoe goed de bloeddruk wordt geregeld). We hebben in dit onderzoek inderdaad een verlaagde hartslagvariabiliteit en baroreflex gevoeligheid bij jongeren met medisch onverklaarde lichamelijke klachten gevonden. Dit zou kunnen duiden op een verhoogde mate van stress. Deze onderzoeksresultaten sluiten nauw aan bij een eerdere TRAILS studie van Bosch en collega’s uit 2009 die ook dezelfde resultaten hebben gevonden in relatie tot somatisch-depressieve symptomen (zoals gebrek aan eetlust en oververmoeidheid). Deze studies laten dus zien dat het functioneren van biologische stress systemen zijn ontregeld in jongeren met lichamelijke klachten (zonder dat er sprake is van een duidelijke organische ziekte) en suggereren dat stress mogelijk een rol speelt bij deze klachten.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Internaliserende en externaliserende problemen: Sentse M

Sentse M., Ormel, J., Veenstra, R., Verhulst, F.C., Oldehinkel, A.J. (2011). Child temperament moderates the impact of parental separation on adolescent mental health. The TRAILS Study. J Fam Psychol. 2011 Feb;25(1): 97-106.

Het effect van echtscheiding van ouders tijdens de vroege adolescentie op externaliserend en internaliserend gedrag in de adolescentie was onderzocht in een longitudinale studie onder adolescenten (n=1274; leeftijd M=16.27; 52.3% meisjes). Er is rekening gehouden met de gedragsproblemen voorafgaand aan de scheiding. Gebaseerd op een doelframing-benadering werd onderzocht of het temperament van de jongere het effect van scheiding op specieke gedragsdomeinen modereert. Controlerend voor de overlap tussen de twee gedragsdomeinen werd gevonden dat scheiding kan leiden tot een stijging in externaliserende problemen maar niet in internaliserende problemen. Temperament van het kind modereerde deze relatie; scheiding leidde enkel tot een stijging in externaliserende problemen voor kinderen met een lage zelfcontrole terwijl scheiding enkel leidde tot een stijging in internaliserende problemen voor kinderen met een hoge angstigheid. De resultaten wijzen erop dat persoon-omgevinginteracties belangrijk zijn voor het begrijpen van de ontwikkeling van gedragsproblemen en dat deze interacties domeinspecifiek kunnen zijn.

Klik hier voor het artikel via PsycInfo

Internaliserende en externaliserende problemen: Amone-P'Olak K

Amone-P’Olak K, Burger H, Huisman M, Oldehinkel AJ, Ormel J. (2011) Parental psychopathology and socio-economic position predict adolescent offspring's mental health independently and do not interact. The TRAILS Study. J Epidemiol Community Health, 65(1): 57-63.

Risicofactoren binnen het gezin zouden van belang kunnen zijn bij het ontstaan van gedrags- en emotionele problemen bij adolescenten. We zijn nagegaan of de sociaal economische positie van het gezin invloed heeft op de sterkte van het verband tussen psychopathologie bij de ouders enerzijds en gedrags- en emotionele problemen bij hun kinderen anderzijds.
Om dit te onderzoeken hebben we in het langlopende TRAILS onderzoek bij ruim 2000 jonge adolescenten twee hypotheses getoetst:
a. de ‘social push’ hypothese waarbij de psychopathologie bij de ouders meer invloed op de jongere heeft naarmate de sociaal-economische status hoger is (en dus de omgevingsrisico’s lager).
b. de ‘kwetsbaarheid’hypothese waarbij de psychopathologie bij de ouders meer invloed heeft naarmate de sociaaleconomische status lager ( en dus de omgevingsrisico’s groter).
Beide hypothesen konden niet bevestigd worden. De sociaal economische positie van het gezin had wel invloed op de geestelijke gezondheid van de kinderen maar niet op de sterkte of richting van het verband tussen ouderlijke psychopathologie en de geestelijke gezondheid van hun kinderen. De conclusie is dat lagere sociaal economische positie van het gezin geen extra risico vormt voor het ontstaan van geestelijke gezondheidsproblemen bij kinderen wiens ouders (vroeger) veel psychopathologie hebben. Tijdens de vroege adolescentie lijken psychopathologie van de ouders en een lage sociaal economische positie binnen het gezin onafhankelijke risico factoren te vormen voor het ontstaan van geestelijke gezondheidsproblemen bij hun kinderen.

Klik hier voor het artikel via Pubmed

Internaliserende en externaliserende problemen: Oldehinkel AJ

Oldehinkel A.J., Verhulst F.C., Ormel J. (2011) Mental Health Problems During Puberty: Tanner Stage-Related Differences in Specific Symptoms. The TRAILS Study. J Adolesc, 34(1): 73-85.

De puberteit gaat gepaard met vele lichamelijke en sociaal-culturele veranderingen. Dit artikel beschrijft in hoeverre deze ontwikkelingen zich weerspiegelen in veranderingen in specifieke emotionele en gedragsproblemen. Hiervoor zijn gegevens van de eerste twee metingen van TRAILS gebruikt; de periode waarin alle stadia van puberteitsontwikkeling voorkwamen. De mate van lichamelijke ontwikkeling in de puberteit wordt aangegeven met behulp van zg. Tanner stadia. In het algemeen rapporteerden jongeren in de hogere Tanner stadia meer moeheid, geïrriteerdheid, regelovertredend gedrag en middelengebruik. Angsten en lichamelijke klachten als hoofdpijn kwamen minder voor naarmate de lichamelijke ontwikkeling vorderde. Daarnaast waren er duidelijke verschillen tussen meisjes en jongens. Meisjes werden in deze periode onzekerder in sociale situaties, waren vaker somber en gingen meer tobben; jongens leken eerder minder zelf-kritisch en onzeker te worden. Concluderend kunnen we stellen dat de puberteit niet alleen lichamelijk, maar ook psychisch in menig opzicht een heel ander proces is voor meisjes als voor jongens.

Klik hier voor het artikel via Pubmed 

Internaliserende en externaliserende problemen: Griffith-Lendering MFH

Griffith-Lendering M.F.H, Huijbregts S.C.J., Mooijaart A., Vollebergh W.A.M., Swaab H. Cannabis use and development of externalizing and internalizing behaviour problems in early adolescence: A TRAILS study. Drug and Alcohol Dependence, 2011, 116(1-3)11-7.

Regulier gebruik van cannabis wordt geassocieerd met internaliserend- (depressie, angst) en externaliserend (agressief, delinquent gedrag) gedragsproblematiek. Er bestaat nog onduidelijkheid over de richting van deze relatie. In dit artikel is de voorspellende relatie tussen zowel internaliserend als externaliserend probleemgedrag en cannabisgebruik onderzocht. Hierbij is gebruik gemaakt van data van 1449 adolescenten die meededen aan de TRAILS-studie (TRacking Adolescents’ Individual Lives Survey (TRAILS) in Noord-Nederland. Participanten werden onderzocht op 3 meetmomenten, waar ze respectievelijk 11.1 (T1), 13.6 (T2) en 16.3 (T3) jaar waren. Internaliserend (teruggetrokken gedrag, somatische klachten en depressie) en externaliserende (delinquent en agressief gedrag) gedragsproblematiek werden beoordeeld op alle drie de meetmomenten met behulp van de Youth Self Report. Cannabisgebruik werd gemeten op het tweede en derde meetmoment. Met behulp van een pad analyse werd de voorspellende relatie tussen respectievelijk internaliserend en externaliserend probleem gedrag en cannabisgebruik onderzocht.
De resultaten laten zien dat er geen samenhang is tussen cannabisgebruik en internaliserend probleemgedrag in deze leeftijdsfase. Cannabisgebruik was wel gerelateerd aan externaliserend gedragsproblemen, waarbij externaliserende gedragsproblemen het gebruik van cannabis voorspeld. Ook na correctie van roken en alcoholgebruik, bleek externaliserende gedragsproblemen een voorspeller te zijn van cannabisgebruik.
Deze resultaten suggereren dat er in de vroege adolescentie geen samenhang is tussen internaliserend gedragsproblematiek en cannabisgebruik. Er is een verband tussen externaliserend gedrag en het gebruik van cannabis, en het blijkt dat externaliserend gedrag voorafgaat aan cannabisgebruik, in plaats van andersom in deze leeftijdsfase. 

Klik hier voor het artikel via PubMed