Bakker MP › Trails

TRAILS

Bakker MP

Bakker M.P., Ormel J., Verhulst F.C., Oldehinkel A.J.
Peer stressors and gender differences in adolescents’ mental health. The TRAILS study. Journal of Adolescent Health 46 (2010) 444–450

De geestelijke gezondheid van adolescenten wordt waarschijnlijk aangetast wanneer zij buiten de groep vallen en worden afgewezen of wanneer ze relaties verliezen. In deze studie richten we ons daarom op twee typen stressvolle gebeurtenissen met leeftijdsgenoten, namelijk peer victimization op school (slachtoffer zijn van: pesten, roddel, geweld en seksuele intimidatie) en relatieverliezen (een goede vriend(in) kwijtraken en/of een intieme partner kwijtraken). De behoefte om ergens bij te horen wordt gezien als een universeel doel dat alle mensen nastreven. Het ‘sociale context perspectief’ veronderstelt dat jongens en meisjes deze behoefte in verschillende sociale contexten nastreven; jongens zoeken het meer in de grotere sociale groep door de competitie aan te gaan voor status, terwijl meisjes het zoeken in intimiteit en verbondenheid binnen hechte één-op-één relaties. Onderzoek heeft aangetoond dat over het algemeen meerdere leeftijdsgenoten betrokken zijn bij peer victimization op school. Daarnaast is het hoogstwaarschijnlijk dat slachtoffers van pestgedrag door leeftijdsgenoten een lage status positie hebben op school. Relatieverliezen van hechte vriendschappen en intieme relaties is kenmerkend voor stress in één-op-één relaties. Op basis van het idee dat jongens gevoeliger zijn voor gebeurtenissens in de grotere sociale groep en meisje voor gebeurtenissen in hechte relaties, is de eerste hypothese dat jongens meer internaliserende- en externaliserende problemen ervaren door peer victimization en dat meisjes meer psychopathologie ervaren door relatieverliezen. De tweede hypothese is gebaseerd op een alternatieve theorie, namelijk dat jongens en meisjes stress mogelijk op een andere manier uiten. Op basis van dit idee zouden meisjes een sterkere neiging hebben om te reageren op stress met internaliserende problemen, terwijl jongens een sterkere neiging hebben om te reageren op stress met externaliserend gedrag. De tweede hypothese is daarom dat zowel peer victimization als relatieverliezen meer internaliserende problemen tot gevolg hebben bij meisjes en externaliserende problemen bij jongens.
Relatieverliezen waren geassocieerd met zowel internaliserende problemen als externaliserende problemen bij meisjes. Jongens, daarentegen, ontwikkelden geen psychopathologie na het meemaken van relatieverliezen. Peer victimization op school leidde tot internaliserende problemen en externaliserende problemen, bij jongens zowel als bij meisjes. De resultaten suggereren dat relatieverliezen van leeftijdsgenoten mogelijk een sterker negatief effect hebben op meisjes dan jongens in de vroege adolescentie. Het effect van relatieverlies (van romantische partners) op jongens kan wellicht sterker zijn in een oudere steekproef. Het lijkt erop dat peer victimization op school een belangrijke stressor is voor zowel jongens als meisjes. Ook rapporteerden meer meisjes dan jongens slachtoffer te zijn geweest van pestgedrag door leeftijdsgenoten. Dit kan erop wijzen dat meisjes een hoger risico lopen op peer victimization tijdens de vroege adolescentie. Onze resultaten bevestigen het standpunt dat er meer aandacht moet worden besteed aan de blootstelling van meisjes aan peer victimization op school.
De resultaten ondersteunden gedeeltelijk onze eerste hypothese, terwijl de tweede hypothese in zijn geheel niet werd bevestigd. Het is niet waarschijnlijk dat stress met leeftijdsgenoten leidt tot verschillende typen psychopathologie bij jongens en meisjes. Het is waarschijnlijker dat jongens en meisjes gevoelig zijn voor verschillende typen stressvolle gebeurtenissen tijdens de vroege adolescentie.

Klik hier voor het artikel via Pubmed