2015 › Trails

TRAILS

2015

Depressie: François M

Ghrelin-reactive immunoglobulins and anxiety, depression and stress-induced cortisol response in adolescents. The TRAILS study. Marie François*, Johanna M. Schaefer*, Christine Bole-Feysota, Pierre Déchelottea, Frank C. Verhulstb, Sergueï O. Fetissov (2015) Prog Neuropsychopharmacol Biol Psychiatry, 59, 1-7 (doi: 10.1016/j.pnpbp.2014.12.011)

*contributed equally to this study

Wat is bekend over dit onderwerp

  • Het hormoon ghreline is belangrijk voor de regulatie van honger en speelt ook een rol bij de respons op stress en bij angst en depressie.
  • Antilichamen tegen ghreline beschermen ghreline tegen afbraak waardoor het effect van ghreline kan worden versterkt. Het is niet bekend of ghreline antilichamen ook een invloed kunnen hebben op angst en depressie.
  • Antilichamen tegen ghreline zijn aanwezig in mensen met eetstoornissen. Het is niet bekend in hoeverre deze ook aanwezig zijn in de algemene bevolking en welke factoren een rol spelen bij het ontstaan van deze antilichamen

Wat voegt deze studie toe

  • Ghreline antilichamen zijn zwak geassocieerd met angst in meisjes en met cortisol reactiviteit tijdens een stress experiment. Deze associaties blijven niet bestaan als wordt gecorrigeerd voor de hoeveelheid statistische testen die is uitgevoerd.
  • Ghreline antilichamen zijn aanwezig in iedereen van de algemene bevolking. De hoeveelheden van ghreline antilichamen correleren met de hoeveelheden van influenza antilichamen.
  • Het is mogelijk dat ghreline antilichamen ontstaan volgens het ´molecular mimicry´ concept: ghreline lijkt op bepaalde influenza eiwitten.

Link naar het artikel via Pubmed

Depressie: Booij SH

Booij, S.H., Bos, E.H., de Jonge, P., Oldehinkel, A.J. Markers of stress and inflammation as potential mediators of the relationship between exercise and depressive symptoms: Findings from the TRAILS study. Psychophysiology 2015 52(3): 352–35

Wat was al bekend over dit onderwerp

  • Mensen die regelmatig sporten hebben doorgaans minder depressieve klachten en sportinterventies lijken depressieve klachten effectief te verminderen
  • Depressieve symptomen worden vaak onderverdeeld in stemmingsgerelateerde en lichamelijke symptomen
  • Sporten heeft mogelijk invloed op een aantal lichamelijke processen, die op hun beurt mogelijk lichamelijke en stemmingsgerelateerde symptomen beïnvloeden

Wat deze studie toevoegt

  • Hartslag veranderingen bij psychosociale stress verklaarde gedeeltelijk de relatie tussen sporten en stemmingsgerelateerde (maar geen lichamelijke) symptomen van depressie
  • Mensen die regelmatig sportten hadden 2 jaar later een verlaagde hartslag verandering bij stress en minder stemmingsgerelateerde symptomen, ten opzichte van mensen die niet regelmatig sportten
  • Veranderingen in het stress hormoon cortisol of in het immuunsysteem speelden geen rol in het positieve effect van sporten op stemmingsgerelateerde symptomen

Link naar het artikel via Pubmed

Depressie: Heininga VE

Heininga VE, Oldehinkel AJ, Veenstra R, Nederhof E (2015) I Just Ran a Thousand Analyses: Benefits of Multiple Testing in Understanding Equivocal Evidence on Gene-Environment Interactions. PLoS ONE 10(5): e0125383. doi:10.1371/journal.pone.0125383

Wat was al bekend over dit onderwerp

  • Wetenschappelijke studies spreken elkaar vaak tegen. De tegenstrijdigheid wordt vaak verklaard door verschillen in studie-opzet, bijvoorbeeld de gebruikte (uitkomst-)maat. Maar het kan ook liggen aan hoe de statistische toetsen zijn uitgevoerd.
  • Zelfs als er in werkelijkheid geen verband bestaat, is de kans 5% dat het wel wordt aangetoond in een statistische toets. Het aantonen van een effect dat er in werkelijkheid niet is noemen we een vals positieve bevinding.
  • Het zou dus kunnen dat, in plaats van verschillen in studie-opzet, het wetenschappelijke beeld is vertekend door een over-publicatie van vals positieve bevindingen.

Wat deze studie toevoegt

  • Wij toetsten in TRAILS één voorbeeld van zo’n relatie die tot tegenstrijdige resultaten leidt, op meer dan duizend manieren (2160 manieren van 5-HTTLPR x stress à depressie) maar allemaal met kleine onderlinge verschillen in studie-opzet. Gemiddeld waren slechts 7,9% van alle statistische toetsen significant.
  • Dit is veel minder dan wij hadden verwacht op basis van de gepubliceerde wetenschappelijke bevindingen tot nu toe. Bovendien konden we dit lage percentage niet verklaren door middel van de verschillen in studie-opzet. De tegenstrijdigheden in de wetenschappelijke literatuur zouden dus kunnen voortkomen uit (eerder gepubliceerde) vals positieve bevindingen.
  • Aan de hand van dit voorbeeld laten wij zien dat vals positieven inderdaad een vertekend beeld kunnen gegeven. En dat je door middel van ontelbaar veel analyses erachter kan komen waar de tegenstrijdigheid precies vandaan komt.

Link naar het artikel via Pubmed

Depressie: Jeronimus BF

Jeronimus, B.F., Stavrakakis, N., Veenstra, R., Oldehinkel, A.J. Relative Age Effects in Dutch Adolescents: Concurrent and Prospective Analyses. Plos One, 10, 6, e0128856

Wat was er al bekend over dit onderwerp

  • De leeftijdspositie van kinderen in hun klas (relatieve leeftijd)  kan een grote invloed hebben op hun sportieve en academische ontwikkeling.
  • Ook psychiatrische symptomen en suïciderisico lijken samen te hangen met relatieve leeftijd.
  • De gevonden effecten verschillen echter substantieel over bestudeerde domeinen, culturen, en onderzoeksmethoden.

Wat deze studie toevoegt

  • In een representatieve steekproef van Nederlandse adolescenten onderzochten we relatieve leeftijdseffecten op schoolresultaten, lichamelijke ontwikkeling, depressieve symptomen, en de ontwikkeling van de temperamentstrekken vrees en frustratie.
  • Om de gevolgen van de relatieve leeftijdspositie op de ontwikkeling te toetsen corrigeerden we alle resultaten voor het absolute verschil in leeftijd.
  • Relatief jonge kinderen deden vier keer vaker een schooljaar over dan relatief oude kinderen, die op hun beurt 20 keer vaker een klas oversloegen.
  • Binnen de groep Nederlandse adolescenten die het normale scholingstraject hadden gevolgd observeerden we geen substantiële relatieve leeftijdseffecten op temperament, depressieve symptomen, schoolresultaten, of lichaamsontwikkeling, in tegenstelling tot de internationale literatuur.

Link naar het artikel

Depressie: Van der Knaap LJ

Van der Knaap, L.J., van Oort, F.V.A., Verhulst, F.C., Oldehinkel, A.J., Riese, H. Methylation of NR3C1 and SLC6A4 and internalizing problems. The TRAILS study. Journal of Affective Disorders 180 (2015) 97–103.

Wat was al bekend over dit onderwerp?

  • Het meemaken van stress kan de kans op het ontwikkelen van emotionele problemen, zoals een angststoornis of depressie, vergroten.
  • Van stress is bekend dat het veranderingen rondom het DNA (epigenetische veranderingen) kan veroorzaken, die het aan- en uitschakelen van genen beïnvloeden. Een voorbeeld hiervan is DNA  methylering, waarbij een bepaald molecuul (een methyl groep) aan het erfelijke materiaal wordt vastgemaakt.
  • Stress kan ervoor zorgen dat DNA methylering plaatsvindt in genen die betrokken zijn bij de regulatie van emotionele problemen.

Wat voegt deze studie toe?

  • Meer DNA methylering in genen betrokken bij de regulatie van emotionele problemen gaat samen met meer emotionele problemen.
  • De sterkte van de relatie tussen DNA methylering en emotionele problemen verschilt tussen genen.
  • Deze studie ondersteunt het idee dat DNA methylering de relatie tussen stress en emotionele problemen kan verklaren.

Link naar het artikel via Pubmed