2013 › Trails

TRAILS

2013

Depressie: Booij SH

Booij S.H., Bouma EMC, de Jonge P, Ormel H, Oldehinkel AJ (2013). Chronicity of depressive problems and the cortisol response to psychosocial stress in adolescents. The TRAILS study". Psychoneuroendocrinology. 2013 May;38(5):659-66

Introductie: Zowel klinische als epidemiologische studies laten zien dat depressieve jongeren een verhoogde afgifte van het stresshormoon cortisol hebben in reactie op psychosociale stress, terwijl depressieve ouderen en mensen met een ernstige depressie juist een verlaagde afgifte hebben. Deze laatste twee groepen hebben echter ook vaak meer chronische vormen van depressie. In deze studie onderzochten we daarom of chroniciteit van depressieve problemen de afgifte van cortisol in reactie op een sociale stress taak voorspelt in een groep adolescenten. Methoden: De data is verzameld in adolescenten met een verhoogd risico op psychische problemen (n=351) uit het TRAILS cohort. Depressieve problemen zijn uitgevraagd rond de leeftijd van 11, 13.5 en 16. Op de leeftijd van 16 werd er ook een sociale stress taak gedaan. Speekselmonsters werden verzameld voor, tijdens en na de stress taak en daaruit werden cortisolwaardes bepaald. De oppervlakte onder de curve ten opzichte van de uitgangswaarde (het meetmoment vóór de stress taak) is gebruikt als maat voor de cortisol respons op psychosociale stress. Resultaten: Chroniciteit van depressieve problemen was significant geassocieerd met de cortisol respons op psychosociale stress. Deze relatie was curvilineair (kromlijnig), waarbij recent ontstane depressieve problemen gerelateerd waren aan een verhoogde cortisol respons, en meer chronisch depressieve problemen gerelateerd waren aan een afgevlakte cortisol respons. Conclusie: De resultaten van deze studie suggereren dat depressieve problemen in eerste instantie leiden tot een verhoogde cortisol respons op psychosociale stress, maar dat dit patroon juist omkeert bij persisterende depressieve problemen.

Link naar het artikel via PubMed

Depressie: Bennik EC

Bennik, E.C., Ormel, J. & Oldehinkel, A.J. Life changes and depressive symptoms: the effects of valence and amount of change. BMC Psychology 2013 1:14.

Wat was al bekend over dit onderwerp

  • Hoe stressvol veranderingen in het leven zijn, kan gemeten worden door: de totale hoeveelheid en de (on)plezierigheid van veranderingen.
  • Negatieve veranderingen in het leven zijn geassocieerd met het ontstaan en beloop van depressieve symptomen.
  • Het effect van positieve veranderingen in het leven op depressieve symptomen is veel minder eenduidig.

Wat deze studie toevoegt

  • Zowel de totale hoeveelheid veranderingen als de (on)plezierigheid van veranderingen in het leven voorspellen depressieve symptomen.
  • Het relatieve aantal positieve t.o.v. negatieve veranderingen (valentie) kan beschermend zijn bij een beperkt totaal aantal veranderingen. 
  • Valentie voorspelt sterker cognitief-affectieve dan neurovegetatieve-somatische depressieve symptomen.

Link naar het artikel op internet

Depressie: Stavrakakis N

Stavrakakis N, Roest AM, Verhulst FC, Ormel J, De Jonge P, Oldehinkel AJ. Physical activity and onset of depression in adolescents: A prospective study in the general population cohort TRAILS. J Psychiatric Res 2013; 47(10):1304-8.

Wat was al bekend over dit onderwerp:

  • Er wordt vaak gezegd dat depressie en lichamelijke activiteit samenhangen, maar we weten nog niet of lichamelijke activiteit het ontstaan van een depressie kan voorkómen.
  • Ook is niet bekend welke aspecten van lichamelijke activiteit belangrijk zijn als het om depressie gaat; gaat het om de aard, intensiteit, duur of frequentie van de activiteit?

Wat deze studie toevoegt:

  • In deze studie is onderzocht of en hoe lichamelijke activiteit op ongeveer 13-jarige leeftijd de kans op een depressie in de jaren daarna kon voorkomen.
  • Wij vonden geen bewijs dat lichamelijke activiteit, of specifieke aspecten daarvan, de kans op een depressie verkleint in de adolescentie.

Link naar het artikel op PubMed

Depressie: Papachristou S

Papachristou S, Ormel J, Oldehinkel AJ, Kyriakopoulos M, Reinares M, Reichenberg A, Frangou S. Child Behavior Checklist - Mania Scale (CBCL-MS): Development and evaluation of a population-based screening scale for bipolar disorder. PLos One 2013; 8(8):e69459

Wat was al bekend over dit onderwerp:

  • Bij een bipolaire stoornis is sprake van manische episoden, die vaak worden afgewisseld met depressieve episoden. Het is een ernstige aandoening die met veel beperkingen gepaard gaat.
  • Het is niet eenvoudig om een bipolaire stoornis, of een voorloper daarvan, al in een vroeg stadium te ontdekken.

Wat deze studie toevoegt:

  • Met behulp van TRAILS-gegevens is een vragenlijst ontwikkeld waarmee kan worden nagegaan of er een risico is op een bipolaire stoornis: de Child Behavior Checklist – Manie Schaal (CBCL-MS).
  • Op basis van deze studie lijkt de CBCL-MS een veelbelovende vragenlijst om bipolaire stoornissen op te sporen.

Link naar het artikel op PubMed

Depressie: Stavrakakis N

Stavrakakis N, Oldehinkel A.J., Ormel J., Verhulst F.C., OudeVoshaar R., Nederhof E., de Jonge P. Plasticity genes do not modify associations between physical activity and depressive symptoms.Health Psychol. 2013, 32(7), 785-792

Doel: Lichamelijke activiteit is omgekeerd evenredig geassocieerd met depressie in adolescenten, maar over het algemeen zijn de associaties tamelijk zwak. Dit suggereert het bestaan van individuele verschillen in de sterkte van de associaties. Het doel van deze studie was om te onderzoeken of plasticiteitsgenen de eerder gevonden onderlinge, prospectieve associaties tussen lichamelijke activiteit en depressieve symptomen modificeren. Methode: In een prospectieve populatie studie (N=1196) werden lichamelijke activiteit en depressieve symptomen gemeten op drie tijdsmomenten, namelijk rond de leeftijd van 11, 13.5 en 16 jaar. Structural Equation Modeling werd toegepast om wederkerige effecten van lichamelijke activiteit en depressieve symptomen over tijd te onderzoeken. De onderzochte plasticiteitsgenen waren 5-HTTLPR, DRD2, DRD4, MAOA, TPH1, 5-HTR2A, COMT en BDNF. Op basis van het aantal plasticiteit allelen die adolescenten droegen, werd een cumulatieve gen plasticiteits index gecreëerd bestaande uit drie groepen (laag, gemiddeld en hoog). Van een multi-groep benadering gebruikmakend onderzochten we of associaties tussen lichamelijke activiteit en depressieve symptomen verschilden tussen (1) de drie cumulatieve plasticiteitsgroepen en (2) individuele polymorfismen. Resultaten: We vonden significante cross-sectionele en cross-lagged paden van lichamelijke activiteit naar depressieve symptomen en vice versa. De sterkte van deze verbanden werd niet gemodificeerd door de cumulatieve plasticiteits index of individuele polymorfismen. Conclusie: Plasticiteitsgenen modificeren niet het verband tussen lichamelijke activiteit en depressieve symptomen in adolescenten.

artikel via Pubmed

Depressie: Dietrich A

Dietrich A., Ormel J, Buitelaar JK, Minderaa RB, Verhulst FC, Hoekstra PJ, Hartman CA. Cortisol in the morning and dimensions of anxiety, depression, and aggression in children from a general population and clinic-referred cohort: An integrated analysis. The TRAILS study. Psychoneuroendocrinology, 2013, 38(8), 1281-1289

Ochtend cortisol waardes hangen samen met angst, depressie en agressie: Onderzoek in kinderen uit het TRAILS populatie- en klinisch cohort.

Angst- of depressieve klachten zijn vaak in verband gebracht met verhoogde ochtend cortisol waardes (basale waardes en ‘cortisol awakening response’) en agressief gedrag met verlaagde ochtend cortisol waardes. Cortisol is een belangrijk stresshormoon. Een verhoogd cortisol niveau duidt op een verhoogde stressgevoeligheid en een verlaagd cortisol niveau op verminderde stressgevoeligheid. De literatuur is echter niet heel eenduidig en onderzoek naar de samenhang tussen cortisol en vooral angst en depressie is nogal beperkt bij kinderen en adolescenten. Daarom heeft deze studie gekeken naar het verband tussen ochtend cortisol en verschillende subdomeinen van angst (lichamelijke en cognitieve angst), depressie (lichamelijke en cognitieve depressie) en agressie (reactieve en proactieve agressie) in twee onafhankelijke TRAILS cohorten. Zowel kinderen (10-12 jaar) uit de eerste meting van het TRAILS populatiecohort als het klinisch cohort deden aan het onderzoek mee. De resultaten waren over het algemeen in overeenstemming tussen beide cohorten en ook in overeenstemming met verwachtingen uit de literatuur. Echter, duidelijke verschillen in het verband tussen cortisol en de psychopathologische subdomeinen werd niet gevonden. Ook viel op dat de verbanden over het algemeen klein waren. We vermoeden dat ochtend cortisol waardes mogelijk meer afwijken bij meer ernstige vormen van psychopathologie, of vooral bij personen met langdurige problemen. Het meest interessante resultaat van dit onderzoek was een hoger ochtend cortisol niveau bij kinderen met depressieve klachten uit het klinisch cohort. Tot nu toe is dit voornamelijk bij volwassenen gevonden. Dit wijst erop dat het biologische stress-systeem bij deze kinderen overactief is, mogelijk ten gevolge van het ervaren van stress.

artikel via Pubmed