Stavrakakis N › Trails


Stavrakakis N

Stavrakakis N., P. de Jonge, J. Ormel, A.J. Oldehinkel (2012). Bidirectional Prospective Associations between Physical Activity and Depressive Symptoms. The TRAILS study. Journal of Adolescent Health 2012; 50:503-8

Purpose: Low levels of physical activity have been shown to be associated with depression in adults. The few studies that focused on adolescents yielded mixed and inconsistent results. Efforts to examine the direction of this relationship have been inconclusive up to now. The aims of this study were therefore to investigate (1) the direction of the inverse association between physical activity and depressive symptoms over time and (2) whether these associations are specific to particular clusters of depressive symptoms in adolescents. Methods: Depressive symptoms and physical activity were assessed in a population sample of adolescents (N=2230), who were measured at three waves between age 10 and age 17. Depressive symptoms were measured by the Affective Problems scale of the Youth Self-Report (YSR) and Child Behavior Checklist (CBCL), while physical activity was operationalized as the amount of time spent on physical exercise. Structural Equation Modeling was used to examine bidirectional effects of physical activity and depressive symptoms over time. Results: We found significant cross-lagged paths from prior physical activity to later depression as well as from prior depression to later physical activity (beta values= -.039 to -.047). After subdividing depression into affective and somatic symptoms, the affective symptoms were reciprocally related to physical activity, while the paths between somatic symptoms and physical activity did not reach statistical significance. Conclusions: An inverse bidirectional association between physical activity and general depressive symptoms was observed. This association was restricted to affective symptoms.

Introductie: In volwassenen blijkt fysieke inactiviteit geassocieerd te zijn met depressie. De weinige studies die zich op adolescenten concentreerden leverden gemengde en inconsistente resultaten op. Bovendien is er nog weinig overtuigend onderzoek gedaan naar de richting van deze relatie. Doel van het huidige onderzoek is 1) de richting van de negatieve prospectieve relatie tussen fysieke activiteit en depressieve symptomen te bepalen en 2) te onderzoeken of deze relatie in het bijzonder geldt voor bepaalde clusters van depressieve symptomen in adolescenten. Methoden: Het onderzoek is uitgevoerd in een grote groep adolescenten (N=2230) die tussen hun 10e en 17e jaar eens per twee jaar zijn gemeten (drie maal in totaal). Depressieve symptomen zijn gemeten met de Affective Problems schaal van de Youth Self Report (YSR) en de Child Behavior Checklist (CBCL). De hoeveelheid tijd besteed aan fysieke activiteit werd gebruikt als maat voor fysieke activiteit. Structural Equation Modeling (SEM) werd gebruikt om de prospectieve biderectionele relatie tussen depressieve symptomen en fysieke activiteit te onderzoeken. Resultaten: We hebben significante prospectieve relaties van fysieke activiteit naar depressieve symptomen gevonden en van depressieve symptomen naar fysieke activiteit (beta’s = -.039 tot -.047). Na de symptomen in een affectief en somatisch cluster te hebben opgedeeld, bleek fysieke activiteit met de affectieve symptomen geassocieerd, maar niet met de somatische symptomen. Conclusie: Een bidirectionele negatieve relatie tussen fysieke activiteit en depressieve symptomen werd gevonden. Deze relatie bleek in het bijzonder te gelden voor affectieve symptomen.

Click here for the article on Pubmed