Veenstra R › Trails

TRAILS

Veenstra R

Veenstra R., Lindenberg S., Oldehinkel A.J., de Winter A.F., Verhulst F.C., Ormel J. (2008) Prosocial and Antisocial Behavior in Preadolescence:Teachers and Parents’ Perceptions of the Behavior of Girls and Boys. International Journal of Behavioral Development, 32, 243-251.

  • Als leerkrachten of ouders zeggen dat een kind prosociaal gedrag vertoont, hoe waarschijnlijk is het dan dat ze vinden dat dat kind zich ook antisociaal gedraagt? Is het mogelijk dat kinderen door leerkrachten als prosociaal maar door ouders als antisociaal worden gezien en vice versa? Gedragen kinderen zich per context verschillend of worden ze verschillend beoordeeld op school en thuis? Wat bepaalt dat leerkrachten of ouders een kind pro- of antisociaal vinden? Dergelijke vragen staan central in dit artikel en kunnen alleen maar worden gesteld wanneer er tegelijkertijd naar pro- en antisociaal gedrag wordt gekeken.
  • Met ouders en leerkrachten als informanten werden zes clusters onderscheiden op basis van iteratieve clusteranalyse. We vergeleken de verschillende configuraties van pro- en antisociaal gedrag. Voor veel kinderen kwamen de oordelen van ouders en leerkrachten over pro- en antisociaal gedrag overeen. Voor sommigen liep het oordeel echter uiteen. Naar verwachting vonden we dat sommige kinderen zich in verschillende contexten verschillend gedroegen of ten minste verschillend werden beoordeeld door de informanten.
  • Als leerkrachten en ouders overeenstemmen in hun oordeel over pro- en antisociaal gedrag dat de scores van die kinderen extremer zijn op aspecten als zelfcontrole, intelligentie en schoolprestaties. De configuraties die als prosociaal dan wel antisociaal werden gezien door zowel leerkrachten als ouders stonden gelijk aan respectievelijk goed en slecht toegerust. Het prosociale cluster had het hoogste niveau van zelfcontrole, intelligentie, en schoolse prestaties en had te maken met de laagste niveaus van verwerping en opvoedingsstress. Voor het antisociale cluster gold op al die kenmerken het tegenovergestelde. Dat cluster herbergt jongeren die het risico lopen om qua antisociaal gedrag levenslooppersistent te zijn.
  • Onze data wijzen erop dat ouders kinderen eerder als antisociaal zien als ze door die kinderen veel opvoedingsstress ervaren. Dezelfde kinderen worden heel anders gezien door de leerkrachten, voor wie intelligentie en schoolse prestaties belangrijke criteria lijken bij de afweging of iemand als pro- of antisociaal moet worden beoordeeld.

Klik hier voor het artikel via Pubmed